Direct naar de inhoud

Onafhankelijke gidsen over waterpret: zeemeerminzwemmen, zwemmen, teamuitjes en kinderactiviteiten

Meermin School

Teambuilding en uitjes

Zo organiseer je een duurzaam bedrijfsuitje dat bij je team past

Je wilt met collega’s iets bijzonders doen, maar liever niet onnodig ver reizen, weggooien of druk op de natuur veroorzaken. Met keuzes voor bereikbaarheid, plantaardig eten, hergebruik en een passende activiteit maak je de dag bewuster, zonder te doen alsof de impact verdwijnt.

Door Sanne de Vries · · 5 min leestijd

Rieten mand met appels en roestvrijstalen drinkfles op houten tafel bij water

Een bedrijfsuitje kan duurzaamheidsvragen oproepen zodra je de locatie, het vervoer en de catering gaat regelen. Een plek dichtbij is niet automatisch de beste keuze als iedereen er met de auto naartoe moet; een lokale lunch is niet vanzelfsprekend de meest klimaatvriendelijke maaltijd. Kijk daarom naar de hele dag en naar wat voor jouw groep haalbaar is. Hieronder staan criteria om opties te vergelijken, voorbeelden van een programma en manieren om achteraf te controleren wat goed werkte.

Welke keuzes maken een bedrijfsuitje duurzamer?

Begin met vier onderdelen: vervoer, eten, materiaal en activiteit. Je hoeft niet elk onderdeel maximaal aan te pakken. Kies liever een paar concrete maatregelen die bij de groep passen en maak duidelijk waarom je ze kiest. Zo kan de organisatie achteraf beoordelen wat effect had en wat de volgende keer anders moet.

Denk bij vervoer niet alleen aan het aantal kilometers, maar ook aan hoe deelnemers er komen. Een locatie dichtbij kan alsnog veel autoritten opleveren als er geen bruikbare ov-verbinding is. Omgekeerd kan een plek iets verder weg voor de groep goed bereikbaar zijn met trein of bus. Volgens Milieu Centraal verschilt de klimaatimpact van vervoer per persoon en hangt die bij een auto onder meer af van het aantal inzittenden en het voertuig. De organisatie kan dus beter de concrete reisopties vergelijken dan één vervoermiddel zonder context als duurzaamste bestempelen.

Ook het menu telt mee. Het Voedingscentrum adviseert minder vlees en meer plantaardige eiwitbronnen, zoals peulvruchten en noten. Dat geeft een praktisch aanknopingspunt voor lunch of diner: maak bijvoorbeeld een maaltijd met bonen, granen en groenten het standaardaanbod en vraag wie een alternatief nodig heeft. Lokaal inkopen kan prettig zijn, maar afstand alleen zegt niet alles over de milieubelasting van een maaltijd.

Voor een overzicht van andere afwegingen bij de vorm en groepssamenstelling kun je een bedrijfsuitje kiezen dat past.

Hoe vergelijk je locaties en activiteiten?

Leg per locatie dezelfde vragen voor. Hoe komen deelnemers er met openbaar vervoer, fiets of gedeelde auto? Is er een binnenruimte als het weer omslaat? Welke materialen gebruikt de activiteit, en worden die vaker ingezet? Wat gebeurt er met afval en restjes? En kan de activiteit doorgaan zonder kwetsbare natuur of andere bezoekers te hinderen?

Een workshop kan een geschikte optie zijn als die past bij het team en weinig extra vervoer of materiaal vraagt. Kijk bij het vergelijken van een workshop als teamuitje naar wat deelnemers daadwerkelijk gaan doen, welke spullen nodig zijn en of die spullen herbruikbaar zijn. Een natuurwandeling, speurtocht of buitenopdracht kan ook, maar is niet automatisch duurzaam: houd rekening met terreinregels, groepsgrootte en de plek waar je samenkomt.

Staatsbosbeheer vraagt bezoekers onder meer op de paden te blijven, afval mee te nemen en de toegangsborden te volgen. Wil je een georganiseerde activiteit in een natuurgebied houden, controleer dan vooraf de regels van de beheerder en vraag of toestemming of afstemming nodig is. Kies een route die de groep aankan en laat geen opdrachten achter die planten, dieren of andere bezoekers verstoren.

Een winteruitje vraagt bijvoorbeeld extra aandacht voor reistijd, binnenruimte en warm eten. Bij een buitenactiviteit is een binnenalternatief verstandig, zodat slecht weer niet leidt tot last-minute extra ritten of materiaal. De keuze voor een uitje in de winter kan daarom ook langs dezelfde duurzaamheidscriteria worden gelegd.

Hoe pak je de organisatie stap voor stap aan?

  1. Schat de groep en vertrekpunten in. Vraag wie aanwezig is en vanuit welke plaatsen deelnemers reizen. Werk met een duidelijke aanmelddeadline; gebruik daarna het bevestigde aantal voor reserveringen en catering.
  2. Vergelijk twee of drie locaties. Noteer reistijd en bereikbaarheid per vervoermiddel, aanwezige voorzieningen, binnenalternatief en afspraken over hergebruik. Een simpel overzicht voorkomt dat je alleen op sfeer of afstand kiest.
  3. Maak vervoer eenvoudig. Deel ov-informatie en fietsroute, spreek een verzamelpunt af of laat collega’s aangeven of ze ritten kunnen delen. Een gedeelde rit is een mogelijkheid, geen verplichting: houd rekening met werktijden, toegankelijkheid en deelnemers die niet kunnen meerijden.
  4. Bespreek het eten concreet. Vraag naar een plantaardige maaltijd, porties op basis van het aantal bevestigde deelnemers, dieetwensen en wat er met overgebleven eten gebeurt. Het Voedingscentrum noemt porties afstemmen en restjes goed bewaren als manieren om voedselverspilling te beperken. Laat de cateraar uitleggen wat in deze situatie veilig kan worden hergebruikt of meegenomen.
  5. Beperk nieuw materiaal. Vraag of de locatie servies, bekers en benodigdheden al beschikbaar heeft. Gebruik herbruikbare materialen waar dat werkbaar is en vermijd kleine wegwerpartikelen die alleen voor een eenmalig spel worden aangeschaft.
  6. Leg de natuurafspraken vooraf vast. Kies een route of locatie met de beheerder, bekijk de toegangsregels en wijs één organisator aan die de groep eraan herinnert. Laat deelnemers weten wat ze nodig hebben, zoals stevige schoenen of regenkleding.

Een rekenvoorbeeld helpt om aannames zichtbaar te maken. Stel dat 24 collega’s deelnemen en dat de locatie op 20 kilometer van het vertrekpunt ligt. Als iedereen apart met de auto rijdt, zijn dat in dit vereenvoudigde voorbeeld 24 auto’s voor de heenreis en samen 960 autokilometers voor een retourrit van 40 kilometer per auto. Als deelnemers in auto’s met gemiddeld drie personen reizen, zijn er 8 auto’s en 320 autokilometers voor dezelfde retourafstand. Dit zijn indicatieve aantallen, geen uitstootberekening; werkelijke afstanden, omrijden, voertuigtype en bezetting verschillen. Controleer daarom de echte routes en vergelijk alternatieven voor jouw groep.

Een voorbeeldprogramma kan bestaan uit aankomst met ov of gedeelde ritten om 10.00 uur, een begeleide wandeling op bestaande paden van 10.30 tot 12.00 uur, een plantaardige lunch om 12.15 uur en een teamopdracht met herbruikbaar materiaal in de middag. Dit is alleen een indicatieve indeling: pas duur, toegankelijkheid, reistijd en rustmomenten aan de groep aan. Een alternatief bij regen kan een binnenworkshop op dezelfde locatie zijn, zodat het programma niet afhankelijk is van een tweede bestemming.

Hoe controleer je achteraf of de keuzes werkten?

Noteer vooraf een paar eenvoudige indicatoren, zonder ze als bewijs van nul impact te presenteren. Bijvoorbeeld: hoeveel deelnemers kwamen met ov, fiets of gedeelde rit; hoeveel voertuigen reden er; was de maaltijd plantaardig; welke materialen zijn opnieuw gebruikt; en hoeveel eten bleef over? Vergelijk de uitkomst met de gemaakte afspraken. Als deelnemers hun vervoerskeuze niet hebben doorgegeven, schrijf dan op dat dit onderdeel niet betrouwbaar te beoordelen is.

Vraag na afloop ook wat praktisch goed of lastig was. Was de locatie bereikbaar? Was er voldoende keuze bij de lunch? Kon iedereen aan de activiteit meedoen? Een duurzaam plan dat voor een deel van het team onbereikbaar is, vraagt om aanpassing. Bij een actief programma kun je daarnaast letten op tempo, toegankelijkheid en rust. De criteria voor een actief uitje met collega’s helpen om die kant mee te wegen.

Gebruik de bevindingen voor een volgende editie: een andere startplek, duidelijkere reisinformatie, kleinere cateringbestelling of materiaal dat de organisatie al heeft. Zo wordt het bedrijfsuitje niet beoordeeld op een groen etiket, maar op controleerbare keuzes en wat daarvan in de praktijk werkte.

Veelgestelde vragen

Is een locatie dichtbij altijd de duurzaamste keuze?

Niet per se. De afstand is belangrijk, maar ook de bereikbaarheid met trein, bus, fiets of gedeeld vervoer. Een iets verder gelegen plek met een goede ov-aansluiting kan voor de groep praktischer zijn dan een nabije locatie waarvoor bijna iedereen apart moet rijden. Vraag deelnemers waar ze vertrekken en vergelijk de totale reis voor de groep, niet alleen de afstand vanaf kantoor.

Moet een duurzaam bedrijfsuitje volledig vegetarisch zijn?

Dat hoeft niet om bewustere keuzes te maken. Je kunt bijvoorbeeld een volledig plantaardige lunch aanbieden, of plantaardige gerechten de hoofdrol geven en dierlijke opties beperken. Geef vooraf duidelijk aan wat er op het menu staat en vraag deelnemers naar allergieën en dieetwensen. Zo voorkom je dat mensen zonder passende maaltijd zitten of dat er onnodig veel eten overblijft.

Hoe voorkom je afval bij een bedrijfsuitje?

Vraag de locatie of cateraar welke bekers, borden en materialen opnieuw gebruikt kunnen worden en wat er na afloop met afval gebeurt. Beperk wegwerpartikelen waar dat praktisch kan, werk met herbruikbare naamkaartjes of laat ze achterwege en bestel catering op basis van bevestigde aantallen. Maak ook vooraf afspraken over het meenemen of veilig bewaren van overgebleven eten.

In de rubriek Teambuilding en uitjes